loafer

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. platte schoenen zonder veters
    Mooie oversizede wollen jassen zullen haar goed staan. Net als geruite broeken, rechte jurken tot op de knie, smokingjasjes, soepele vesten en loafers en pumps met een rechte hak.
    Ook op accessoires had Michele niet beknibbeld. Van grote monturen met kristallen tot fragiele kettingen, grove ringen, baretten en broches. De tassen waren keurig en compact, de schoenen hoog (met hak en plateau) of platte loafers.

Etymologie

* uit het Engels