integraal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɪntəˈɣral/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) limiet van de som van onbepaald afnemende termen
Etymologie
Sander Zurhake|titel=Verloskundigen tegen plan Kuipers: 'We verliezen onze autonomie'|url=https://nos.nl/artikel/2424928-verloskundigen-tegen-plan-kuipers-we-verliezen-onze-autonomie|uitgever=NOS|taal=nl||bezochtdatum=2022-05-10|citaat=Actievoerders van platform Noodalarm Geboortezorg hebben een petitie in de Tweede Kamer aangeboden. In de petitie, die bijna 190.000 keer is ondertekend, worden Kamerleden opgeroepen om het plan van minister Kuipers voor een integraal tarief voor geboortezorg te blokkeren.}}
Vertalingen
Engelsintegral, integral
Fransintégral, intégrale
Spaansíntegro, integral
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek