inwerpen

/ˈɪnwɛrpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met een worp iets ergens inbrengen
    Zij hadden hun hoofddeksels uit vreugde de lucht ingeworpen.
  2. ov (ov) door iets te werpen stuk maken
    Ik (…) vrees niettemin dat zij vroeg of laat hun eigen ruiten zullen inwerpen, indien zij voortgaan zich meer als scherprechters dan als herders te gedragen.
  3. ov, sport (ov) (sport) met een worp weer in het spel brengen
    De bal werd snel ingeworpen en daarna feilloos voorgezet.