inwerpen
/ˈɪnwɛrpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een worp iets ergens inbrengenZij hadden hun hoofddeksels uit vreugde de lucht ingeworpen.
- (ov) door iets te werpen stuk makenIk (…) vrees niettemin dat zij vroeg of laat hun eigen ruiten zullen inwerpen, indien zij voortgaan zich meer als scherprechters dan als herders te gedragen.
- (ov) (sport) met een worp weer in het spel brengenDe bal werd snel ingeworpen en daarna feilloos voorgezet.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek