inzetten
/ˈɪnzɛtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (spel) iets van waarde aan het risico van het spel onderwerpenHij zette zijn laatste fiches in.
- (ov) beschikbare hulpmiddelen voor een bepaald doel gebruikenHet leger werd ingezet bij die natuurramp.De meest kritieke fase is daarmee voorbij, meldt de brandweer, die 950 brandweerlieden inzette. De vlammen worden geblust met behulp van vliegtoestellen. Er blijven nog 520 brandweerlieden in het gebied om de brand verder te controleren. Hulpdiensten spreken van een "megabrand".
- (ov) iets in een kledingstuk vastmakenIk heb die rits nog niet ingezet.
- (ov) iets vastzetten in een sieraadDie ring is ingezet met een prachtige diamant.
- (refl) zich ~ voor bereidheid tonen voor een bepaald doel moeite te doenHij zette zich in voor het natuurbehoud.
- (erga) een begin makenNet nadat de winter was ingezet, begon Napoleon met honderdduizend man de desastreuze aftocht.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek