ieder

/ˈidər/

Betekenis

voornaamwoord
  1. elk, alle afzonderlijk
    In ieder geval.
    In Nederland duurde die oorlog van het jaar 1940 tot 1945. Nederland was bezet door Duitsland. De Duitsers waren de baas over Nederland. Het was een heel moeilijke tijd. Er vielen veel doden. Ieder jaar worden de slachtoffers van de oorlog herdacht op 4 mei. En ieder jaar wordt op 5 mei gevierd dat Nederland een vrij land is.
  2. in ieder geval: zonder enige twijfel; zeker
    Ik zag allemaal nieuwe gezichten: hoe lang waren die mensen er al? Ze gedroegen zich in ieder geval alsof ze hier al weken bivakkeerden.
    Voetbal (in de breedste zin van het woord) was in ieder geval wijdverbreid in Europa.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelsevery