irrigeren

/ˌɪriˈɣerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, landbouw (ov), (landbouw) op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien
    Door te irrigeren kan in grote delen van de wereld voedsel verbouwd worden.
  2. medisch (medisch) (een wond, lichaamsholte) (met een irrigator) uitspoelen

Etymologie

*afgeleid van het Franse irriguer

Vertalingen

Engelsirrigate
Fransirriguer
Duitsbewässern
Spaansirrigar, regar