jackpot
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grote meevallerToen hij hoorde dat hij was ingeloot voor de geneeskundestudie had hij het idee dat hij de jackpot had gewonnen.
- een grote prijs bij een loterij die steeds groter wordt als er geen winnaar is.De jackpot bevat nu 42 miljoen euro en weer is hij niet gevallen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘de totale inleg’ voor het eerst aangetroffen in 1979
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek