jaknikker
mannelijk (de)/ˈjaknɪkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de eigen mening niet uitspreektDat bestuur zit half vol met jaknikkers.Dat het land (de VS) afglijdt naar een autocratie waarin de rechterlijke macht en de media worden geïntimideerd, andersdenkende ambtenaren massaal worden vervangen door jaknikkers, inwoners zonder vorm van proces worden opgepakt en gedeporteerd.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/12/23/rutte-normaliseert-trump-a4916142 www.nrc.nl (23 dec 2025)]
- pomp met een tegengewicht die constant op en neer gaatHij fietste elke ochtend langs de jaknikkers.
Etymologie
*[2] afgeleid van "ja knikken"
Vertalingen
Engelsyes-man, nodding donkey pump
Fransbéni-oui-oui, pompe à balancier
DuitsJasager, Erdölpumpenbock
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek