jaknikkend

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. bezig met het kritiekloos instemmen
    Ook het republikeinse geluid klonk woensdag. Al was het misschien niet altijd even evenwichtig. De schrijfster Nelleke Noordervliet stelde dat een buigzame, jaknikkende hofhouding de Koningin en haar familie afschermt. Reformatorisch Dagblad W. G. Hulsman 28-04-2005 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/oud-premier-de-jong-zat-aan-enkels-koningin-1.39975 Oud-premier De Jong zat aan enkels koningin]
    Het parlement, de hoge raad, de centrale bank en de nationale kiesraad groeiden uit van jaknikkende instanties (en broeinesten van corruptie, nepotisme en andere bestuurlijke wantoestanden) naar krachtige en vooral ook autonome lichamen die met succes paal en perk stelden aan de eertijds welhaast onbegrensde macht van de Mexicaanse president. Reformatorisch Dagblad 30-06-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/mexico-kiest-straatvechter-of-academicus-1.1176215 Mexico kiest straatvechter of academicus]
    Februari beschrijft hoe „zwijmelende volgelingen”, „amicale politici” en „jaknikkende journalisten” zijn hubris aanwakkeren. NRC Danielle Pinedo 2 oktober 2017 [https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/02/het-leven-is-niet-goudomrand-13080186-a1575552 Maxim Februari: ‘Het leven is niet goudomrand’]