jaloersheid

vrouwelijk (de)/jɑˈluːrshɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wrok die iemand koestert omdat men een ander niet gunt wat men zelf begeert
    Zijn jaloersheid is spreekwoordelijk.

Etymologie

*Afgeleid van jaloers .

Vertalingen

Engelsjealousy
Fransjalousie
DuitsEifersucht
Spaansenvidia
Zweedsavund, avundsjuka, svartsjuka