jamboree

mannelijk (de)/dʒɛmboˈriː/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een grote bijeenkomst van scouts in de leeftijd van 14 tot 17 jaar uit landen verspreid over de gehele wereld die eens per 4 jaar wordt georganiseerd
    Waarom zorgen de dagelijkse uitzendingen van Opium op Oerol (AVRO-TROS) elk jaar in juni weer voor een soort van energie-injectie? Inhoudelijk is het telkens in grote lijnen hetzelfde: Cornald Maas ontvangt tegen zonsondergang in een duinpan op Terschelling een omvangrijk festivalpubliek, een muzikale gast en een Bekende Nederlander die bekent nooit eerder het festival bezocht te hebben en dat zeer te betreuren. Er zijn twee reportages van voorstellingen (waarvan een bezocht door de BN’er van dienst) en een duo kleinkunstenaars (dit jaar de rappende Dos Hermanos) levert commentaar op eigenaardigheden van deze jamboree van kunstliefhebbers van middelbare leeftijd.NRC Hans Beerekamp 13 juni 2017
    In mijn woonplaats is onlangs een natuurgebied platgemaaid om als evenemententerrein te gaan dienen voor een Jamboree. De 'wilde' runderen zijn naar elders verplaatst om de weg vrij te maken voor de padvinders. Ik dacht dat natuur iets was waar geen mensenhand aan te pas is gekomen. Ik vind het allemaal best, maar noem dit soort gebieden geen 'natuur'. Wildpark lijkt mij een betere benaming voor deze stukjes aangelegd groen in Nederland. Volkskrant Lijnie van Wijk, bioloog, Meerssen 23 juli 2013

Etymologie

*uit het Engels

Vertalingen

Engelsjamboree