jandoedel

mannelijk (de)/jɑnˈdudəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een goedige maar erg domme man
    "Dit is een nadeel van internet", zei de woordvoerder. "Het recept is zo eenvoudig dat elke jandoedel het kan." Reformatorisch Dagblad 8 maart 2012 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/levensgevaarlijk-thermite-veroorzaakt-brand-1.660322 Levensgevaarlijk thermite veroorzaakt brand]
    Door een interne computerstoring kon het digitale examen niet opstarten. "Na een uur mochten we van onze plek af om te kletsen. Toen wisten we dat het niet meer doorging", blikt Wesley Huisveld (16), één van de gedupeerden, terug. "Zaten we daar voor jandoedel." Tubantia E. van Gaalen 23 juli 2015 [https://www.tubantia.nl/binnenland/slordige-scholen-duperen-examen-800-leerlingen~adc1d6e5/ Slordige scholen duperen examen 800 leerlingen]
  2. sterke drank gemaakt van graan