jodenkerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjodə(n)ˌkɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, religie (verouderd) (religie) een joods gebedshuis

Uitdrukkingen

  • (beledigend) het lijkt hier wel een jodenkerk - het is hier onrustig en lawaaierig