jodenkerk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjodə(n)ˌkɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) (religie) een joods gebedshuis
Uitdrukkingen
- (beledigend) het lijkt hier wel een jodenkerk - het is hier onrustig en lawaaierig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek