jongejuffrouw

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. defite, jonge, ongehuwde vrouw
    Hij zag hoe aandoenlijk lief Kitty was als zij half lachend, half in tranen bij hem kwam om hem te vertellen dat Masja, het meisje, haar nog steeds als de jongejuffrouw beschouwde en dat daarom niemand naar haar wilde luisteren.