jongleren

/jɔŋˈlerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden
    Er werd gegoocheld en gejongleerd en de kinderen vermaakten zich uitstekend.

Etymologie

*afgeleid van "jongler" () jongler in Wiktionnaire

Vertalingen

Engelsjuggle
Fransjongler
Spaanshacer juegos malabares