Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
juffershond
mannelijk (de)/หjสfษrsหhษnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine hond () om te vertroetelen, vooral geliefd bij vrouwenDe jury had het gedaan. De jury van de Librisprijs, die honderdduizend gulden mocht toekennen aan de schrijver van wat zij het beste boek van het literaire seizoen 2000-2001 vond, was een stinkend nest corrupte pekinezen. Juffershonden uit dezelfde chique Amsterdamse buurt, waar ze achterbaks keffend hun eigen maatjes de beste biefstukjes toespelen.NRC Joyce Roodnat 18 mei 2001Het was een bonte stoet die voorafgaand aan het wereld- kampioenschap veldrijden op het parkoers zijn zondagswandeling maakte. Een dame in bontjas die haar juffershond uitliet. Een blaaskapel die moeite had de maat te houden. Knoestige mannen met in hun knuisten pintjes bier.NRC Dick Wittenberg 31 januari 1994
Uitdrukkingen
- beven als een juffershondje โ heel bang zijn
- trillen als een juffershondje โ heel erg trillen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek