schoothond
mannelijk (de)/ˈsxothɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine hond () als huisdier om te vertroetelen, vooral gehouden door damesDan is er Princeton, de schoothond van een oudere mevrouw die zo weggelopen is uit het tv-programma Jersey Shore. Nepleren leggings, sleehakjes, enorm lange nagels en big hair. Haar nasale stem gelardeerd met hoge gilletjes snijdt dwars door je heen. Ze giebelt de hele tijd en begrijpt maar weinig van de instructies. Dat is ook niet de reden waarom ze er is. Het is gewoon hartstikke gezellig in de puppyklas. Haar knuffelhondje denkt er net zo over. NRC 26 maart 2013
- , (scheldwoord) overdreven gedwee en gehoorzaam persoonU en ik wisten van het begin af aan dat de Amerikaans/Britse invasie van Irak op drijfzand was gebouwd. En dat toenmalig Brits premier Tony Blair Bush’ schoothond was (ook al ontkende de Amerikaanse president dat in 2007 met zoveel woorden). Daarvoor hebben we de 2,6 miljoen woorden die Sir John Chilcot vorige week publiceerde over het Britse aandeel niet nodig. Maar Chilcot geeft wel een hoop bijzonderheden. NRC Carolien Roelants 11 juli 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek