onderkruiper

mannelijk (de)/ˈɔndərˌkrœypər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand die zich overdreven slaafs opstelt (bijv. een werkwillige bij stakingen)
  2. scheldwoord (scheldwoord) iemand die klein van stuk is

Etymologie

* van onderkruipen

Vertalingen

Spaansesquirol, esquirolla