jugendstil

mannelijk (de)/ˈjuɡəntˌʃtil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst (kunst) stroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa populair was, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme
    Het jugendstilornament is samengesteld uit motieven die gewoonlijk asymmetrische composities vormen met een tweedimensionaal karakter, zoals men dit ziet op meubels, sieraden, lampen, bedrukte stoffen.

Etymologie

*; van "Jugenstil", geschreven met een kleine letter volgens onder (1); in de betekenis van ‘een Europese kunststijl’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1948