juriste

vrouwelijk (de)/jyˈrɪstə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouwelijke deskundige op het gebied van recht
    In een kort geding eist Amerikaans juriste Chaka Laguerre een schadevergoeding en een publieke verontschuldiging voor het optreden van de politie tijdens en na haar aanhouding eind januari.
    Toch vindt een groep behandelaars dat de NZa te ver gaat. "Mensen weten niet dat hun psychiater of psycholoog nu moet registreren wat hun seksuele problemen zijn, hoe erg hun verslaving is of aan welke stoornis ze lijden en dat al die gegevens uiteindelijk bij de NZa belanden", zegt psychiater en juriste Cobie Groenendijk tegen Trouw.

Etymologie

*afgeleid van jurist