Kaapstander
mannelijk (de)/ˈkaːp.stɑn.dər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek), (scheepvaart) een vertikaal opgestelde windas die rondgedraaid wordt door middel van vier of meer handspaken, en waarmee zware lasten kunnen worden geheven of verplaatstHet touw waaraan de last is vastgemaakt, wordt langzaam maar zeker om de ronddraaiende spil van de kaapstander opgewikkeld.
Etymologie
* In de betekenis van ‘windas’ voor het eerst aangetroffen in 1530.
Vertalingen
Engelscapstan
Franscabestan
DuitsSpill
Spaanscabrestante, cabestrante
Portugeescabrestante
Deensspiler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek