kaars
Wat is de betekenis van kaars?
kaars betekent: een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
Betekenis
- een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
- (natuurkunde), (eenheid), (verouderd) oude eenheid van lichtsterkte (de zg. normaalkaars, thans candela)
Voorbeelden van "kaars" in een zin
- Vroeger had men 's nachts slechts kaarsen als verlichting.
- Om drie uur 's nachts ging ze uitgeput op haar matras liggen en staarde naar de balken en het afbladderende plafond, waarvan de ruwe, hoge hoeken werden verlicht door het zwakke schijnsel van de kaars naast haar bed.
- Tot mijn verrassing en ontroering hadden ze een verjaardagstaart voor me gemaakt van een oude resupplydoos met 44 kaarsjes erop.
- De winkelier zei dat deze lamp een lichtsterkte heeft van 30 cd, vroeger zou men zeggen: "een lamp van 30 kaars.".
Betekenis en uitleg van kaars
Een kaars is een cilindrische of soms andere vorm van was die om een lont heen is gewikkeld. Wanneer je de lont aansteekt, brandt de kaars en geeft deze licht, wat vaak een warme en gezellige sfeer creëert.
Kaarsen worden vaak gebruikt voor verlichting, maar ook voor decoratie en tijdens speciale gelegenheden zoals verjaardagen of religieuze ceremonies. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende geuren en kleuren, wat ze veelzijdig maakt voor zowel praktische als esthetische doeleinden. Bovendien zijn kaarsen een populaire keuze voor ontspanning en meditatie, omdat het zachte licht rustgevend kan zijn.
Voorbeelden
- Zij stak een kaars aan om de kamer een sfeervolle uitstraling te geven tijdens het diner.
- Op de tafel stond een geurige kaars die een heerlijke lavendelgeur verspreidde.
- Tijdens de stroomuitval was de enige lichtbron een oude kaars die in de hoek van de kamer brandde.
Woordoorsprong
Het woord 'kaars' stamt af van het Oudnederlands 'karse', dat verwant is aan het Latijnse 'cera', wat 'was' betekent.
Veelgestelde vragen over kaars
Wat is de betekenis van kaars?
kaars betekent: een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
Hoeveel betekenissen heeft kaars?
kaars heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft kaars?
kaars is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je kaars in een zin?
Voorbeeld: “Vroeger had men 's nachts slechts kaarsen als verlichting.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vetstaaf met pit voor verlichting’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- Doven/Uitgaan als een kaars in de nacht — Min of meer onopgemerkt een einde nemen (≈ Uitgaan als een nachtkaars)
- Een kaarsje aansteken — Hopen dat iets waarvan de uitkomst onzeker is, toch nog goedkomt
- Een kaars voor de duivel branden — Iets slechts vergoelijken/Eer betuigen aan iemand die slechte dingen doet
- Zijn kaars aan twee kanten branden — Zijn krachten en/of potentieel te snel opgebruiken
- Geen heilige zo klein of hij wil zijn kaarsje hebben — Iedereen boogt graag op goede prestaties
- Iedere heilige komt zijn kaarsje toe — Iedereen die ergens aan meewerkt, moet daarvoor ook iets van de eer/credits krijgen
- Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien en lezen wil? — Als iemand onwillig is om iets bij te leren of om een bepaald standpunt te herzien, heeft voorlichten ook geen zin