kabinet

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van kabinet?

kabinet betekent: (politiek) (regering) een bestuursorgaan bestaande uit hooggeplaatste leden van een regering, de regering.

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek, regering (politiek) (regering) een bestuursorgaan bestaande uit hooggeplaatste leden van een regering, de regering.
  2. een meestal houten opslagmeubel met veel vakken, deurtjes of vitrines
  3. een plaats waar een verzameling ergens van is aangelegd
  4. het secretariaat van een bestuurder (zoals een burgemeester of minister)
  5. een ministerie

Voorbeelden van "kabinet" in een zin

  • Het kabinet-Balkenende IV viel over de missie in Uruzgan: het CDA en de CU wilden de militaire missie verlengen, de PvdA niet.
  • Het is bepaald niet ondenkbaar dat ook het oligarchenkapitaal dat nu zo moeilijk te traceren is, buiten beeld is geraakt door fiscale constructies die zijn opgetuigd in ons land, met goedkeuring van een hele serie kabinetten-Balkenende en -Rutte. [https://www.parool.nl/nederland/experts-nederland-heeft-zelf-jacht-op-russisch-vermogen-moeilijk-gemaakt~b3e5d622/ www.parool.nl (9 apr 2022)]
  • Midden in de gang torent een enorm kabinet meer dan een halve meter boven Johannes uit.
  • Maren loopt behoedzaam naar het kabinet toe, alsof het boven op haar kan vallen of uit zichzelf naar haar toe kan komen.
  • In dit kabinet worden veel rariteiten tentoongesteld.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘meubelstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelscabinet
Spaansgabinete, ministerio