kajak

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gesloten kano om in wild water of op zee te varen

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘eenpersoonsvaartuigje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847

Vertalingen

Engelskayak
Franskayac
DuitsKajak
Spaanskayak
Italiaanskayak
Russischкаяк
Poolskajak
Deenskajak