Kajuit
mannelijk/vrouwelijk (de)/kaˈjœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- overdekte gemeenschappelijke verblijfplaats op schepenDe kajuit was voorzien van een kachel voor de koudere tijden.
Etymologie
*van Middelnederlands "kayhute", in de betekenis van ‘passagiersverblijf op boten’ als laatste deel van "voorkayhute" aangetroffen vanaf 1455; de verdere herkomst is onzeker
Vertalingen
Engelscabin
Franscabine
DuitsKajüte
Italiaanscabina
Russischкаюта
Zweedshytt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek