kalander

mannelijk/vrouwelijk (de)/kaˈlɑndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pers met twee draaiende cilinders om weefsel, leer of papier glad en glanzend te maken

Etymologie

*van Middelnederlands "calander", in de betekenis van ‘mangel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1622