kalender

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van kalender?

kalender betekent: (tijdrekening) tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz
  2. lijst van de kerkelijke feesten en heiligendagen
  3. tijdrekening (tijdrekening) jaartelling volgens de
  4. gebeurtenissen en activiteiten die volgens een tijdschema gepland zijn

Voorbeelden van "kalender" in een zin

  • De christelijke kalender, een kalender die tevens de christelijke feestdagen aangeeft.
  • Gregoriaanse kalender.
  • Griekse kalender.
  • Juliaanse kalender.
  • De politieke kalender.

Etymologie

*Afkomstig van het Duitse Kalender, wat weer van het Latijnse calendarium afkomstig is.

Vertalingen

Engelscalendar
Franscalendrier
DuitsKalender
Spaanscalendario, almanaque
Russischкалендарь
Poolskalendarz
Zweedskalender
Deenskalender