kalf
onzijdig (het)/ˈkɑlᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) (veeteelt) jong van het rund en sommige andere zoogdieren
- (bouwkunde) horizontale dorpel of regel tussen deur en bovenlicht
- groot mes
Etymologie
*[3] van חלף (challef)
Uitdrukkingen
- De dans om het gouden kalfDeze uitdrukking verwijst naar het {{w — nl|Gouden kalf (Hebreeuwse Bijbel)|gouden kalf
- Het gemeste kalf slachten — Een overvloedig diner houden; een groot feest geven
- Het gouden kalf aanbiddenDeze uitdrukking verwijst naar het {{w — nl|Gouden kalf (Hebreeuwse Bijbel)|gouden kalf
- Over koetjes en kalfjes praten — Over onbelangrijke dingen praten
- Vijf poten aan een kalf zoeken — Naar iets zoeken wat er niet is
- Als het kalf verdronken is, dempt men de put. — Beschermende maatregelen worden vaak pas genomen als het kwaad al is geschied.
- Met een dood kalf is het goed sollen. — Met iets wat toch al gedoemd is verloren te gaan, kan men alles wel doen en uitproberen
Vertalingen
Engelscalf
Fransveau
DuitsKalb
Spaansternero, ternera
Italiaansvitello
Portugeesbezerro, terneiro
Chinees小牛, 犊
Japans子牛
Turksdana
Zweedskalv
Deenskalv
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek