kalfsoester
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gepaneerd stuk kalfsvleesIk at deze kappertjes van de week over een salade niçoise (erg lekker), over een kalfsoester met linzen (niet te versmaden) en over dit nederige, maar oh zo lekkere schoteltje van witte bonen, ui, tomaat en tonijn. NRC Roos Ouwehand 14 november 2012
Etymologie
* In de betekenis van ‘gepaneerd lapje kalfsvlees’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Vertalingen
Engelsveal escalope
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek