kalkgebrek
onzijdig (het)/ˈkɑlᵊkxəˌbrɛk/
Wat is de betekenis van kalkgebrek?
kalkgebrek betekent: (fysiologie) tekort aan calcium in de voeding
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (fysiologie) tekort aan calcium in de voeding
Voorbeelden van "kalkgebrek" in een zin
- De belangstelling voor de `geneeskunst' werd bij hem gewekt toen hij op negenjarige leeftijd Rachitis (Engelse ziekte) kreeg. Bij deze ziekte leidt een kalkgebrek tot een onderontwikkeld of misvormd beenderstelsel.
- Vogels in verzuurde bossen kampen met een ernstig kalkgebrek. Hun eieren zijn te bros om uit te broeden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek