kameelhaar

onzijdig (het)/kaˈmelhar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haar (haar) het haar van een kameel (als soortnaam)
    De dekens bestaan uit fijne schapenwol of kameelhaar. Zij zijn in ongeverfde natuurbruine kleuren voorhanden en zijn, bij groote lichtheid, zeer warm. Samuël Senior Coronel (1885)– [tijdschrift] Tijdspiegel, De [https://www.dbnl.org/tekst/_tij008188501_01/_tij008188501_01_0096.php De hygiëne der kleeding in verband met de jaegersche wolbekleeding.]
    Maar ook aan de mannen werden alle sieraden ontnomen, en zilveren gordels, en jakken van zijde of kameelhaar. (1956)–Hélène Nolthenius [https://www.dbnl.org/tekst/nolt001rena01_01/nolt001rena01_01_0002.php Renaissance in mei]
  2. haar (haar) elk afzonderlijk haartje van een kameel

Vertalingen

Engelscamel hair