Kamp

/kɑmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n) een plaats waar een aantal troepen geruime tijd of permanent gehuisvest zijn.
    De militairen gingen na hun ronde terug naar het kamp.
  2. (n) een kampeerplaats met een groep van bij elkaar horende tenten.
    We mochten niet van het kamp af.
    We vonden tussen de bomen een vlak plekje om ons kamp op te zetten.
  3. (m) een persoon of groep die een overeenkomst, gevecht of strijd aangaat met een andere persoon of groep
    Tot welk kamp behoor jij?
  4. (m) wedstrijd
  5. (m) afgegrensd veld

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘strijd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelscamp, camp
DuitsCamp, Feldlager, Lager