partij

vrouwelijk (de)/pɑrˈtɛi/

Wat is de betekenis van partij?

partij betekent: persoon of groep die een overeenkomst of strijd aangaat met een andere persoon of groep

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon of groep die een overeenkomst of strijd aangaat met een andere persoon of groep
  2. politiek (politiek) vereniging van gelijkgezinden die binnen een bepaald gebied hun politieke doelstellingen proberen te verwezenlijken
  3. handel (handel) een bep. hoeveelheid koopwaar
  4. muziek (muziek) een deel in een muziekstuk dat betrekking heeft op één instrument of zangstem
  5. spel (spel) (vaak als verkleinwoord partijtje) spelronde die wordt gespeeld; potje, wedstrijd
  6. een feest, meestal in informele sfeer

Voorbeelden van "partij" in een zin

  • Een notaris moet ook nagaan of de partijen zich bewust zijn van de gevolgen van hun wensen.
  • Christendemocratische partij, communistische partij, liberale partij, nationalistische partij, sociaaldemocratische partij.
  • Maar nadat Boedapest zijn equivalent van het Slânsky-proces had doorgemaakt, werden de demonstraties steeds oncontroleerbaarder en ontwikkelden zich tot een opstand tegen alles waar de partij en regering voor stonden, geleidelijk aan met gewapende groepen.
  • Er is nog een partij schoenen te koop.
  • De eerste en tweede violen spelen elk een eigen partij.

Etymologie

*via Middelnederlands "partie" van "parti", in de betekenis van ‘groep’ aangetroffen vanaf 1266

Uitdrukkingen

  • Geen partij zijn [voor]Het bij een wedstrijd e.d. niet kunnen opnemen tegen de tegenstander
  • Partij kiezenZich bij een geschil in een van de betrokken kampen scharen, niet neutraal zijn
  • Van de partij zijnErgens bij aanwezig zijn

Vertalingen

Engelsparty, faction, party
Duitspartia
Spaansbando, facción, partido
Poolspartia, partia