paar

onzijdig (het)/par/

Wat is de betekenis van paar?

paar betekent: twee personen of zaken die bij elkaar horen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. twee personen of zaken die bij elkaar horen
  2. pregnant (pregnant) twee geliefden die een relatie hebben
voornaamwoord
  1. meerdere, maar niet heel veel

Voorbeelden van "paar" in een zin

  • Neem jij een paar appels mee?
  • Die paar mensen zonder auto moeten maar gaan lopen.
  • De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.

Betekenis en uitleg van paar

Het woord 'paar' verwijst naar een set van twee dingen die samenkomen of elkaar aanvullen. Denk bijvoorbeeld aan een paar schoenen of een paar vrienden; ze zijn vaak met elkaar verbonden en vormen samen een geheel.

Je gebruikt 'paar' wanneer je het hebt over twee items, mensen of concepten die samen een eenheid vormen. Het woord kan ook een informele of gereduceerde hoeveelheid aanduiden, zoals in 'een paar minuten' of 'een paar keer'. Het geeft dus een idee van een beperkte, maar niet exacte, hoeveelheid.

Voorbeelden

  • Ik heb een paar boeken gelezen deze week.
  • Ze kocht een paar nieuwe schoenen voor het feest.
  • Laten we nog een paar vragen bespreken voordat we afsluiten.

Woordoorsprong

Het woord 'paar' komt van het Middelnederlandse 'pare', dat ook een paar of twee dingen betekent. Het is verwant aan het Oudfranse 'paire' en het Latijnse 'par', wat gelijkaardig betekent.

Veelgestelde vragen over paar

Wat is de betekenis van paar?

paar betekent: twee personen of zaken die bij elkaar horen

Hoeveel betekenissen heeft paar?

paar heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft paar?

paar is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van paar?

Synoniemen van paar zijn: koppel, duo, span, tweetal, stelletje.

Hoe gebruik je paar in een zin?

Voorbeeld: “Neem jij een paar appels mee?

Etymologie

** als onbepaald voornaamwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1731

Vertalingen

Engelspair, couple, couple
Franspaire, paire, quelques
DuitsPaar, Paar, ein paar
Spaanspar, pareja, algunos
Poolspara