paar
onzijdig (het)/par/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- twee personen of zaken die bij elkaar horen
- (pregnant) twee geliefden die een relatie hebben
voornaamwoord
- meerdere, maar niet heel veelNeem jij een paar appels mee?Die paar mensen zonder auto moeten maar gaan lopen.De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.
Etymologie
** als onbepaald voornaamwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 1731
Vertalingen
Engelspair, couple, couple
Franspaire, paire, quelques
DuitsPaar, Paar, ein paar
Spaanspar, pareja, algunos
Poolspara
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek