span

onzijdig (het)/spɑn/

Wat is de betekenis van span?

span betekent: (landbouw) (verkeer) geheel van trekdieren die samen zijn aangespannen voor een voertuig of landbouwwerktuig

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw, verkeer (landbouw) (verkeer) geheel van trekdieren die samen zijn aangespannen voor een voertuig of landbouwwerktuig
  2. twee personen die gewoonlijk samen bepaalde bezigheden verrichten
  3. (Suriname) geraamte van een vlieger
  4. verouderd (verouderd) sieraad in de vorm van een haarband, speld of gesp

Betekenis en uitleg van span

Het woord 'span' verwijst naar de afstand tussen twee punten of objecten, vaak in een fysieke of abstracte zin. Het kan ook duiden op de kracht of invloed die iets heeft over een bepaald bereik.

Je gebruikt 'span' vaak in situaties waar je de ruimte of reikwijdte van iets wilt beschrijven, zoals de span van een brug of de spanwijdte van de vleugels van een vogel. In een abstracte zin kan het ook slaan op de invloed die iemand heeft over een groep of een idee. Het woord kan variëren in nuance afhankelijk van de context, zoals in technische of artistieke toepassingen.

Voorbeelden

  • De span van de nieuwe brug is indrukwekkend en biedt ruimte voor zowel auto's als fietsers.
  • De span van zijn invloed reikt verder dan alleen zijn directe collega's.
  • In de natuurkunde wordt de span tussen de verschillende krachten vaak gedetailleerd bestudeerd.

Woordoorsprong

Het woord 'span' heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan het Oudgermaanse 'spannan', wat 'spannen' of 'uitrekken' betekent.

Veelgestelde vragen over span

Wat is de betekenis van span?

span betekent: (landbouw) (verkeer) geheel van trekdieren die samen zijn aangespannen voor een voertuig of landbouwwerktuig

Hoeveel betekenissen heeft span?

span heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft span?

span is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van span?

Synoniemen van span zijn: duo, koppel, paar, stel, tweetal.

Etymologie

**[5] op te vatten als uitspraakvariant van "spang"In straattaal treedt een omgekeerde ontwikkeling op: hier komt het """ soms voor als "spang"

Vertalingen

Engelsharness, pair, handspan
Spaanspar, pareja, palmo