span
onzijdig (het)/spɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) (verkeer) geheel van trekdieren die samen zijn aangespannen voor een voertuig of landbouwwerktuig
- twee personen die gewoonlijk samen bepaalde bezigheden verrichten
- (Suriname) geraamte van een vlieger
- (verouderd) sieraad in de vorm van een haarband, speld of gesp
Etymologie
**[5] op te vatten als uitspraakvariant van "spang"In straattaal treedt een omgekeerde ontwikkeling op: hier komt het """ soms voor als "spang"
Vertalingen
Engelsharness, pair, handspan
Spaanspar, pareja, palmo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek