kampernoelie

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌkɑmpərˈnuli/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding, mycologie (voeding), (mycologie) bepaald soort eetbare paddenstoel,

Etymologie

*via Middelnederlands "campernoele" van "campaigneul" dat teruggaat op laat Latijn "campaneus" "van het platteland"