kansel

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van kansel?

kansel betekent: een kerkelijk, meestal verhoogd, meubelstuk waarvanaf de voorganger in de dienst zijn preek uitspreekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kerkelijk, meestal verhoogd, meubelstuk waarvanaf de voorganger in de dienst zijn preek uitspreekt

Voorbeelden van "kansel" in een zin

  • De kerkgangers werden vanaf de kansel door de predikant toegesproken.

Etymologie

*afgeleid van het Duitse Kanzel

Vertalingen

Engelspulpit
Spaanscátedra, púlpito