Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kanswoord

onzijdig (het)/ˈkɑnswort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) term waarmee in een uitspraak de mate van zekerheid wordt uitgedrukt
    Vooral in gesprekken gebruiken we daarom vaak kanswoorden (onwaarschijnlijk, grote kans, misschien) of frequentiewoorden (vaak, nooit, meestal). Deze uitspraken geven indirect al de statistische onzekerheid aan. (…) Gebruikt jouw arts toch een keer een kanswoord? Vraag dan om verduidelijking.
    Bij bepaling van de intensiteit van een kanswoord zouden dan ook niet één maar twee getallen moeten worden toegekend: een getal tussen 0 en 1 dat aangeeft, welke intensiteit gemiddeld gesproken door taalgebruikers aan een bepaald woord wordt toegekend (= de kans), en daarnaast een getal dat laat zien hoe groot de verschillen van mening daarover zijn tussen taalgebruikers (= de kansvariatie).