kantelen
meervoud/ˈkɑntələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) omvallen door onevenwichtSchepen kunnen kantelen als de lading gaat schuiven.
- (ov) wat verdraaien om een horizontale asToen hij de doos wilde kantelen scheurde de bodem los.
Etymologie
*[B] "kanteel" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek