kantinebaas

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de beheerder van een eet- en drinkgelegenheid van een sportclub of bedrijf
    De totale debiele samenzang waartoe de dikke zwetende kantinebaas in zijn witte overhemd op het podium met luide stem het suffende gezelschap voor hem tracht op te wekken.