kantinebaas
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de beheerder van een eet- en drinkgelegenheid van een sportclub of bedrijfDe totale debiele samenzang waartoe de dikke zwetende kantinebaas in zijn witte overhemd op het podium met luide stem het suffende gezelschap voor hem tracht op te wekken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek