Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kantoorpik

mannelijk (de)/kɑnˈtorpɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) fantasieloze saaie man die op een bureau werkt
    Managers zijn gek op sportmetaforen. (…) Kan een kantoorpik zoals ik iets leren van het succes van ‘flying dutchman’ Epke?