Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
kantoorpik
mannelijk (de)/kɑnˈtorpɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) fantasieloze saaie man die op een bureau werktManagers zijn gek op sportmetaforen. (…) Kan een kantoorpik zoals ik iets leren van het succes van ‘flying dutchman’ Epke?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek