kaper

mannelijk (de)/ˈkapər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis, scheepvaart (geschiedenis), (scheepvaart) vroegere zeerover die met een machtiging van de overheid werkte
  2. misdaad, transport (misdaad), (transport) terrorist die een vliegtuig, trein, schip of e.d. kaapt
  3. kleding (kleding) hoofddeksel met een aangeknipte kraag over de schouders

Etymologie

*afgeleid van kapen

Uitdrukkingen

  • Kapers op de kustMensen die op de loer liggen om maar ergens voordeel uit te kunnen trekken

Vertalingen

Spaanspirata, filibustero, bucanero