kapitaalband

mannelijk (de)/kapiˈtalbɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. randje van gekleurd garen zoals dat als versiering bij gebonden boeken met harde kaft aan de boven- en onderkant van de rug te zien is
    De afwerking van het boek is zeer verzorgd: het is gebonden in een halflinnen band, afgewerkt met kapitaalband en drie leeslinten.
zelfstandig naamwoord
  1. strook linnen of perkament met een rand van gekleurd garen zoals dat als versiering bij gebonden boeken met harde kaft aan de boven- en onderkant van de rug gebruikt wordt
    Schr. geeft een nauwkeurige beschrijving van de wijze, waarop deze boeken zijn gebonden, van de leersoorten en van de onderdelen van de band, zoals het beslag, de sloten, de overslag, het kapitaalband, en van de versiering van de snede.