kapotjas

mannelijk (de)/kaˈpɔtjɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding, militair (kleding), (militair) overjas voor soldaten naar het model van de Franse "capote"
    Hij herkent hem aan zijn kapotjas, omdat hij altijd zo'n rood ding in zijn knoopsgat droeg, mijn 'legioen van smeer', zoals hij zei. Een scherpzinnig man was Grisonnier niet. Ook niet fijnbesnaard, maar een beste kerel, iedereen mocht hem graag. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

*, in de betekenis van ‘soldatenjas’ voor het eerst aangetroffen in 1817

Vertalingen

Engelscloak
Franscapote
Spaanscapote