kapper
mannelijk (de)/ˈkɑpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt, haarkapper
- iemand die kapt of hakt
- gereedschap dat kapt of hakt
- (voeding) (tuinbouw) een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kappertjessaus etc.
Etymologie
* van kappen
Vertalingen
Engelshairdresser, barber
Franscoiffeur
DuitsFriseur
Spaanspeluquero, barbero
Italiaansparrucchiere
Portugeescabeleireiro
Russischпарикмахер
Japans美容師
Turkskuaför, berber
Poolsfryzjer
Zweedsbarberare
Deensbarber
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek