kapstok
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van kapstok?
kapstok betekent: een meubelstuk bedoeld om jassen en hoeden aan op te hangen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een meubelstuk bedoeld om jassen en hoeden aan op te hangen
- (figuurlijk) aanknopingspunt
Voorbeelden van "kapstok" in een zin
- Ik pakte mijn jas van de kapstok en liep de deur uit. {{Aut|Sandes, David
Etymologie
* In de betekenis van ‘lat om kledingstukken aan te hangen’ voor het eerst aangetroffen in 1669
Vertalingen
Fransporte manteau
Spaansperchero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek