kapseizen

/ˈkɑpsɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, scheepvaart (erga), (scheepvaart) ondersteboven komen liggen
    Door de zware storm kapseisde het schip.
    Het is onduidelijk hoe de boot heeft kunnen kapseizen. Een helikopter heeft tevergeefs naar de vermiste personen gezocht.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘omslaan’ voor het eerst aangetroffen in 1856

Vertalingen

Engelscapsize, turn over
Franschavirer
Duitskentern
Spaanszozobrar
Zweedskantra, kapsejsa