omslaan
/ˈɔmslan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggenHij sloeg de bladzijde om.
- (ov) om iets heen bewegen... waarna de auto de hoek omsloeg.
- (erga) plotseling en met geweld omkantelen of omvallen van boten, voertuigenOp het meer is door de harde wind een zeilboot omgeslagen.
- (erga) plotseling veranderen van ietsHet beleid slaat om.Het optimisme op Wall Street slaat om.Angst sloeg om in pure paniek.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek