karbonkel
mannelijk (de)/kɑrˈbɔŋkəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ernstige huidinfectieJoop Zoetemelk spreidde ooit zijn dijen op een hotelkamer opdat het vaderlands journaille de karbonkel met eigen ogen kon aanschouwen - en bezingen. Tom zou zoiets nooit doen. Hij zou het een weinig smaakvolle exhibitie vinden. Het zitvlak van de coureur is overigens een weelderig en nog lang niet uitgespit onderzoeksgebied - ik spreek uit ervaring. NRC Peter Winnen 24 september 2015
- robijnachtige edelsteenWat voor de Angolees Mauro Manuel niet kon, was geen probleem voor de Braziliaan Douglas. Terwijl ze toch allebei voetballers zijn, zij het niet op hetzelfde niveau. En de bal is rond voor iedereen. Hun ogen als karbonkels zijn ook perfect inwisselbaar. Maar kennelijk wordt het soortelijke gewicht voor de samenleving van een snoeiharde libero hoger aangeslagen dan dat van een lieve, dromerige jongen die met twee woorden spreekt en zijn best doet op school. NRC Hugo Camps 4 november 2011
Etymologie
*soort steenpuist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek