kardinaalshoed
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoofddeksel) rode, breedgerande, aan weerszijden met vijftien rode kwasten versierde hoed, een van de tekenen van de kardinaalswaardigheid
- (plantkunde) heester uit het geslacht
Vertalingen
Spaansbonete de cura, bonetero, evónimo
Zweedskardinalshatt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek